Wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen

Wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen

Het dossier loopt al sinds december 2013. Ruimschoots langer dan verwacht! Maar inmiddels is het wetsvoorstel door de Eerste en Tweede Kamer aangenomen. De ingangsdatum is 01-04-2017, waarna dga’s drie maanden de tijd hebben om hun huidige regeling premievrij te maken en, voor zover van toepassing, om overdracht van een verzekerd deel naar de BV aan te vragen.

Voor de goede orde, gezien de vragen die ik daar geregeld over krijg: de wet gaat niet over afschaffen van stamrecht in eigen beheer!

Huidig systeem

Bij pensioenopbouw in eigen beheer vormt de dga een voorziening op zijn balans van waaruit de BV later zijn pensioen uitkeert. De voorziening is bijna altijd gebaseerd op een ‘eindloonregeling’, waarbij de dga zichzelf een pensioen toezegt dat een vast percentage van zijn laatstverdiende salaris is. Daarvoor mag hij reserveren op 4% rekenrente zonder rekening te houden met uitvoeringskosten en het waardevast houden van het pensioen. Deze fiscale regels wijken inmiddels ver af van de werkelijke waarde (‘commerciële waarde’ of ‘marktwaarde’) van het pensioen, waarin met een veel lagere rekenrente wordt gerekend en wél rekening moet worden gehouden met kosten en waardevastheid. Inmiddels levert dit allerlei uitvoeringsproblemen op. Onder meer bij scheiding en dividenduitkering. Bovendien snapt menigeen zo’n regeling niet.

Alternatief voor eigen beheer

Voldoende reden in 2013 voor de staatssecretaris (toen nog Frans Weekers) om af te willen van ‘pensioen in eigen beheer’. Hij wilde dit vervangen door een eenvoudiger systeem waarbij de fiscale en marktwaarde aan elkaar gelijk zijn en waarin het gereserveerde bedrag op de pensioendatum wordt omgezet in een lijfrente. Eric Wiebes, de opvolger van Weekers, leek in eerste instantie op hetzelfde spoor te zitten. Bij nader inzien wilde hij echter zoveel mogelijk van het eigen beheer af. De discussie ontwikkelde zich dan ook in die richting.

Het wetsvoorstel

Uiteindelijk is nu de knoop doorgehakt. Pensioen in eigen beheer wordt ‘uitgefaseerd’. Het wetsvoorstelkent de volgende uitfaseermogelijkheden:

  • Afkoop
  • Omzetting naar oudedagsverplichting
  • Behoud eigen beheer op basis van premievrij pensioen (staking opbouw)

Het wetsvoorstel maakt geen onderscheid naar dga’s waarvan het pensioen wel of niet is ingegaan. Beide groepen kunnen dus gebruik maken van de mogelijkheden die hierna worden besproken, waarbij de opties 1 en 2 alleen in 2017, 2018 of 2019 kunnen worden toegepast.

1.Afkoop

In deze optie mag het pensioen worden afgekocht op basis van de fiscale waarde. Over de afkoop wordt een belastingvoordeel gegeven als deze plaatsvindt in 2017, 2018 of 2019. Dat belastingvoordeel is het grootst in 2017, dan blijft namelijk 34,5% van de fiscale voorziening buiten de belastingheffing. Dit percentage loopt af. In 2018 bedraagt het 25% en in 2019 daalt het naar 19,5%.

Voor dga’s die nog niet met pensioen zijn, geldt dat het belastingvoordeel wordt gegeven over de stand van de fiscale voorziening per 31-12-2015. Voor dga’s die al wél met pensioen zijn, geldt dat het belastingvoordeel wordt gegeven over de fiscale eigenbeheervoorziening per afkoopdatum.

2.Omzetting naar oudedagsverplichting

Dga’s die wel van het huidige eigen beheer af willen, maar geen geld (er voor over) hebben om de afkoop te realiseren, kunnen de eigenbeheervoorziening omvormen naar een zogenaamde ‘oudedagsverplichting’. Dit gebeurt op basis van de fiscale waarde. Jaarlijks wordt de verplichting opgerent tegen een marktrente die het Ministerie van Financiën jaarlijks publiceert. Op de pensioendatum moet de dga de oudedagsverplichting omzetten naar een lijfrente met een looptijd van tenminste 20 jaar.

3.Behoud huidig eigen beheer (‘premievrij’)

De derde mogelijkheid is dat de dga alles bij het oude laat met dien verstande dat er niet verder mag worden opgebouwd. Het opgebouwde pensioen moet op de pensioendatum of bij overlijden ‘gewoon’ conform de pensioenovereenkomst worden uitgekeerd, voor zover van toepassing rekening houdend met de overeengekomen indexatie. Ook de ‘dividendtoets’ blijft van toepassing: de dga mag pas dividend uitkeren als de BV voldoende middelen heeft om het toegezegde pensioen na te komen. En bij scheiding blijft de partner recht houden op zijn/haar pensioendeel conform de wettelijke regeling, tenzij partijen onderling andere afspraken maken.

Wat onder meer verder nog van belang is

  • De dga is verplicht om afkoop of omzetting naar een oudedagsverplichting te melden bij de Belastingdienst. Uit de melding moet ook de goedkeuring van de (ex-)partner blijken. Het formulier om dit te melden is beschikbaar vanaf 30-03-2017.
  • Het teloor gaan van pensioenrechten moet juridisch goed worden afgehandeld. Niet in het minst ook voor de echtgenoot/partner!
  • Als de pensioenopbouw in 2016 en 2017 gezamenlijk tenminste 150% hoger is dan het in 2015 opgebouwde pensioen, dan wordt verondersteld dat er is gespeculeerd op de afkoopfaciliteit. Voor dit deel gelden dan de reguliere afkoopregels, inclusief 20% revisierente.
  • Voor een verzekerd pensioen(deel) kan naar eigen beheer worden teruggehaald. Dit is mogelijk als dit pensioen niet onder de Pensioenwet valt en de aanvraag uiterlijk drie maanden na inwerkingtreding van de wet is gedaan.
  • De vermindering of het wegvallen van het opgebouwde pensioen kan niet worden ingehaald door extra lijfrenteopbouw over het verleden.
  • Afkoop of omzetting naar een oudedagsverplichting zorgt ervoor dat de aandelen van de BV in waarde stijgen. Als deze aandelen in handen zijn van derden, dan is over de waardestijging schenkbelasting verschuldigd.

Wat is de beste keuze?

Een standaard antwoord is niet te geven. Uw persoonlijke omstandigheden zijn van grote invloed op uw keuze en vragen om een zorgvuldige persoonlijke afweging. Niet alleen fiscaal, maar ook met betrekking tot zekerheid en daarbij passende oplossingen.